Sinds een aantal jaren onderzoek ik lavoirs: negentiende-eeuwse washuizen op het Franse platteland. Het onderzoek begon als een fotografische verkenning van hun kenmerkende architectonische elementen, zoals waterbassins, de schuine stenen randen, waterkanalen en de compluvium-daken.
Al snel werd duidelijk dat deze washuizen een belangrijk onderdeel vormden van het dorp. Ooit waren het levendige werkplaatsen met een uitgesproken sociale functie, met name voor vrouwen. Mannen waren er niet welkom, waardoor de lavoirs fungeerden als plekken waar vrouwen onder elkaar werkten, vrij konden communiceren en een zekere vorm van emancipatie bereikten.
Nu de washuizen hun oorspronkelijke functie hebben verloren, lijken ze monumenten voor water te zijn geworden: lege, deels verlaten gebouwen met een waterbassin als centraal punt. Ze verschillen sterk in schaal, materiaalgebruik en karakter. Sommige bevinden zich midden in het dorp, andere zijn verscholen in het landschap, langs rivieren of bronnen, deels overwoekerd door mos en begroeiing.
Het onderzoek gebruikt de washuizen als lens om de relatie tussen architectuur, gebruik en sociale structuren te onderzoeken, en om te reflecteren op hoe geschiedenis zich materialiseert in ruimte en landschap.


Lavoir de la Roche, Dissangis

Lavoir de Perreuse (Treigny)
