I live and work in Maastricht (NL)

 

info@charlottekoenen.com

 

 

 

 

A LINE IN THE SAND

 

Gedreven door de vraag hoe vormen ontstaan en zich ontwikkelen maakt Charlotte Koenen (1992) grootschalige installaties, sculpturale objecten en (fotografische) experimenten. Haar werk beweegt zich tussen abstractie en documentatie, waarbij ze de sporen van processen vastlegt en de relatie tussen materie, ruimte en geschiedenis onderzoekt. Recent heeft haar praktijk zich verplaatst naar een sociaal en architecturaal perspectief, zoals te zien is in haar project over ‘Lavoirs’, openbare wasplaatsen aangelegd na de Franse revolutie waar de was gedaan kon worden, vaak gelegen bij een rivier of bron. In haar werk maakt Charlotte de fysieke en sociale geschiedenis van deze wasplaatsen tastbaar. Essentieel in haar werk is het balanceren tussen controle en loslaten, waarbij imperfectie en vergankelijkheid een poëtische waarde krijgen. Charlottes omgeving tijdens haar jeugd in Frankrijk speelt een belangrijke rol. 

 

Anne Mie Emmons, Galerie O-68

 

ENG

 

Driven by the question of how forms arise and develop, Charlotte Koenen (1992) creates large-scale installations, sculptural objects and (photographic) experiments. Her work moves between abstraction and documentation, capturing the traces of processes and investigating the relationship between matter, space and history. Recently, her practice has shifted to a social and architectural perspective, as can be seen in her project on ‘Lavoirs’, public washhouses built after the French Revolution where laundry could be done, often located near a river or spring. In her work, Charlotte makes the physical and social history of these washhouses tangible. Essential to her work is the balance between control and letting go, in which imperfection and transience are given a poetic value. Charlotte’s environment during her youth in France plays an important role.

 

 

 

 

A LINE IN THE SAND

 

陰陽道 

 

 

Zwarte zeep. Een massa traag dik schuim van zwarte zeep. Het borrelt omhoog in kleine bellen tussenin en aan de onderzijde van lappen wit papier. Het schuim neemt de tijd. Het laat de geleende lucht weer los en droogt langzaam op. En terwijl het dat doet, laat het een spoor achter. Een vlek vol beweging. Zwart op de bodem van het wit. 

 

Onmyōdō kan worden vertaald als ‘de weg van Yin en Yang’. Het is een systeem dat zich ontwikkelde in Japan en dat natuurwetenschap, astronomie en waarzegging combineert, gebaseerd op de Chinese filosofieën van yin en yang en de vijf elementen. Centraal in deze leer staat het bestuderen van de natuur en natuurlijke fenomenen: het leren begrijpen van de wereld door te observeren en te experimenteren, in een poging het universum te verklaren; dat wat we zien en niet kunnen zien. 

 

De kern van de werkpraktijk van Charlotte Koenen bestaat eveneens uit experimenteren. Charlotte wil ‘materie begrijpen en de wijze waarop vormen ontstaan’. Ze laat daarom dingen stollen, smelten, stinken, roesten, rotten en zelfs aanvreten door mieren. Ze initieert een proces van transformatie in het materiaal. Bijvoorbeeld door het bloot te stellen aan natuurverschijnselen, aan tijd en aan andere materialen en stoffen, waardoor chemische reacties ontstaan. Niet alleen het materiaal veranderd, maar er gebeurt ook iets in de lucht daaromheen. Dampen, gassen en geuren, onzichtbare massa’s die Charlotte precies de juiste hoeveelheid ruimte geeft. Een balans tussen zichtbaar en onzichtbaar die ze ook in de presentatie van haar werk doorvoert. 

 

In 2020 nodigde Charlotte de Japanse fotograaf Nobuo Shimose (1944) uit voor een duo tentoonstelling in haar woonplaats Maastricht. Ook een experiment, want de twee kunstenaars hadden elkaar nog nooit ontmoet of elkaars werk gezien. Maar Charlotte zag dat ze allebei hetzelfde proberen vast te leggen: ‘de onzichtbare grenzen van de natuur die onze wereld vormgeven’. 

 

Wanneer is een experiment geslaagd? De uitkomst is niet volledig te controleren. Charlotte heeft als kunstenaar beperkte invloed op het verloop van het proces, waarin toeval een grote rol speelt. Maar ze heeft de discipline om te laten ontstaan en een groot talent om daarin kwaliteit te herkennen. 

 

Recent maakte ze een reis langs ‘lavoirs’, negentiende-eeuwse washuizen in Frankrijk. Ze wilde een fotoserie maken die de architectuur van deze ‘monumenten voor water’ zou vangen en het verhaal van de (vrouwelijke) sociale geschiedenis zou kunnen vertellen. Maar door toeval haperde het fotorolletje en werden alle foto’s op dezelfde plek gedrukt. Dit resulteerde in één foto van alle lavoirs, in lagen over elkaar heen. In plaats van deze foto als mislukt te beschouwen, herkende Charlotte de waarde en schoonheid van het beeld dat “toevallig” was ontstaan. 

 

Het werk dat we zien is meermaals het residu van een experiment. Soms niet eens bedoeld om “werk” te worden, maar waarin wel de diepgang van het experiment is gevangen. Houten platen die in eerste instantie alleen ter bescherming van de vloer dienden, zijn nu een wandstuk geworden met vormen die alleen het materiaal zelf kon maken. De zwarte zeep die over de bakken knoeide, kroop tussen de nerven en langs knoesten van de eikenhouten plaat die de vloeistof absorbeerde en tot stilstand bracht in een grillige, niet te definiëren nieuwe vorm. Er zijn werelden in te ontdekken. 

 

Een rijkdom aan natuurlijke vormen als resultaat van het experiment. Er zit schoonheid in de imperfectie, de onvolledigheid, de vergankelijkheid. Het werk van Charlotte is ‘wabi-sabi’ zou esthetiekexpert Leonard Koren (1948) kunnen zeggen. 'Beperk alles tot de essentie, maar verwijder niet de poëzie'. Het werk van Charlotte Koenen is zwart, wit en alles dat daartussen zit. 

 

Isabelle Bisseling, Juryrapport O-68 Award; Charlotte Koenen, 16 oktober 2022

 

 

 

 

A LINE IN THE SAND

 

BIP off-road 

 

A Line in the Sand 

by Charlotte Koenen & Nobuo Shimose 

 

text by curator Alicja Melzacka 

 

This autumn Biennale de l'Image Possible organises its 

12th edition in a slightly renewed format —this time, 

collaborating with external curators, who temporarily 

‘take over’ vacant buildings in the heart of Liège. 

In what has become a tradition, every two years, BIP 

mobilises the city by inviting local cultural organisations and 

galleries to join their exhibition circuit. What is perhaps lesser known and explored is BIP’s OFF programme, including a number of independent locations in Euregio. And perhaps unsurprisingly, going off-road sometimes provides more emotions than driving the circuit. 

 

                A Line in the Sand is one of the OFF-projects of the Biennale, presented by B32—an oldest, still active artist-run space in Maastricht. This collaboration between Charlotte Koenen (1992, NL ) and Nobuo Shimose (1944, JP) combines printmaking, photography and architecture. The title of the exhibition hints at the artists’ preoccupation with the relationship between temporality and space. The idea of a soft break or a porous division manifests itself through their works, which circumscribe transient ephemera by temporary boundaries. 

 

               Charlotte Koenen often works with biological and chemical processes, to which she partly delegates control over her materials. Her installations, affected by external conditions and internal forces, are dissolving, evaporating, and condensing, in a constant balancing out between the artist’s intention, material agency, and time. At B32, she presents a new series of prints with a similar backstory; they too were executed by partially giving up the control over the material. Koenen made use of a makeshift dying instrument consisting of an aquarium and a wooden structure (also presented in the exhibition). By mixing detergents with ink and oxygen, she initiated a reaction, but it was the oozing foam soaking through the paper that created the unique patterns. These works function as an imprint of a temporary ’landscape’ — the cross-sections of the ephemeral body of dried-up foam. The fluidity and immediacy of this medium evoke something of a photographic process.

               The drawings are suspended from a wooden, modular structure Koenen designed and executed together with Thomas Hütten (1991, DE). The relation of the prints to the pavilion is not equivalent with that of a work to a display system; rather, they are elements balancing each other out and creating one immersive installation extending across the gallery. With very minimal, lightweight, but painstakingly precise solutions, the artists created a space within the space, playing with different densities and scales, and engaging the viewer in the constant finding of new vantage points. From several of these points, one can spot the photographs of Nobuo Shimose, which became in a way an extension of the pavilion, enhancing the friction between the inside and the outside. 

 

               Last year, during their research trip to Japan, Hütten and Koenen came across a black-and-white poster depicting a mesmerising field of ferns. Intrigued, they photographed and translated its content which later turned out to promote an exhibition by Japanese photographer Nobuo Shimose. The rather romantic idea to bring the work of this elusive artist to Maastricht became one of the driving forces behind the exhibition. Shimose is a multifaceted photographer; after graduating from the art academy in Tokyo, he returned to his hometown Hagi to take over his family’s photo studio. His black and white, high-contrast photographs, from the series Kekkai (‘boundaries’), transform the local landscape into graphic patterns, a shadow theatre, a mirage. To a contemporary eye used to post-production tricks, it is almost inconceivable that such effects could have been achieved just by regulating the light’s impact on the photographic material. 

               With Shimose not being able to travel or even ship his original analogue works, they had to be reproduced on the spot, becoming an image of an image. The strategies of reproduction and repetition echo throughout the exhibition, from the pavilion, reproducing on a scale the gallery’s dimensions to the prints repeating the same quasi-automatic, yet ever-changing, gesture. Indulging in this interplay of different forces and intents, Koenen and Shimose straddle the volatile line between the deliberate and the provisional, the singular and the serial.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.